Spiegeltje spiegeltje..
- Inge Schonewille

- 4 jan
- 2 minuten om te lezen

Ik las iets wat mijn aandacht trok. Het
ging over de vraag hoe ik mijzelf zie en hoe ik graag wil dat anderen mij zien. Het zette me aan het denken. Waarom vind ik het eigenlijk zo belangrijk hoe ik gezien word? Waarom waardering, erkenning en bevestiging me zo kunnen bezighouden. En ook: waarom ik mijn focus zo vaak buiten mijzelf leg, terwijl ik ergens diep vanbinnen weet dat dit iets is wat ik mezelf ook kan geven. Misschien zelfs eerst.
Terwijl ik daarover nadacht, viel me iets op wat ik lang niet echt onder ogen had gezien. Ik maakte mezelf letterlijk kleiner. Ik zakte in elkaar, trok mijn schouders naar voren, nam minder ruimte in. Alsof ik dacht dat ik leuker zou zijn als ik kleiner was. Minder aanwezig. Minder zichtbaar. En dat is het gekke: ik had een prima figuur. Ik was een knappe meid. Lang ook. Maar juist dat voelde ongemakkelijk. Te groot. Te veel. Dus ik dook in mezelf. Niet omdat ik niet gezien wilde worden, maar omdat zichtbaar zijn ooit onveilig voelde.
Ik moest ineens denken aan een jeugdvakantie. Er was een jonger, kleiner meisje en zij kreeg alle aandacht. Van iedereen. Ik stond ernaast. Onhandig. Ongezien. Buitengesloten. Ik voelde me eenzaam en ergens, heel stil, trok ik daar een conclusie uit: kleinere mensen zijn leuker. Gewenster. Makkelijker om van te houden.
Dat was het moment waarop ik mezelf begon te verbergen. Uit angst om afgewezen te worden, want afwijzing doet pijn. Dus werd ik voorzichtiger. In mijn houding, in mijn ideeƫn, in mijn aanwezigheid. Ik ging geloven dat wat ik te zeggen had misschien niet zo relevant was. Dat Inge suffe ideeƫn had. Dat ik onbeduidend was. Niet hardop, maar diep vanbinnen.
En nu zie ik het. Ik wilde onzichtbaar zijn en tegelijk gehoord worden. Ik trapte op het gaspedaal en op de rem. Ik wilde spreken, maar twijfelde aan de waarde van mijn stem. Niet omdat die er niet was, maar omdat ik haar zelf nog niet volledig vertrouwde.
Wat ik nu pas kan zien ā en daar moet ik een beetje om glimlachen ā is dat de buitenwereld vaak alleen maar spiegelt hoe ik naar mezelf keek. Maar dat wist ik toen nog niet. Toen dacht ik dat het aan mij lag. Dat ik moest krimpen, aanpassen, zachter moest worden om niet afgewezen te worden.
Misschien gaat het daarom uiteindelijk niet over hoe anderen ons zien. Misschien gaat het over wat er gebeurt als we onszelf serieus beginnen te nemen. Als we rechtop gaan staan, niet groter dan nodig, maar wel aanwezig. Niet om gezien te worden, maar omdat we onszelf niet langer verbergen.
Ik hoef niet eerst gewaardeerd te worden om waarde te hebben.
Ik mag mijzelf zien. En het leuke is dat ik mij steeds meer herinner dat ik niet eerst iets hoef te worden om te Zijn.
Want Ik Ben Het Al.
Net als jij!
En zo is het!
ā¤ļø




Opmerkingen